De Coöperatieve Vennootschap - de cvba en de cvoa |
Coöperaties kregen in België reeds een wettelijk kader in 1873. Deze coöperatieve vennootschap (cv) bestond uit een veranderlijk aantal vennoten met veranderlijke inbrengen, maar had verder niets of weinig te zien met de waarden en principes van coöperatief ondernemen. Sinds de wet van 20 juli 1991, nadien verfijnd door de wetten van 13 april 1995 en van 7 mei 1999, wordt het onderscheid gemaakt tussen de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba) en de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa). Kort samengevat zijn het varianten op respectievelijk de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba) en de vennootschap onder firma (vof), maar dan gekenmerkt door een variabel aantal vennoten met veranderlijke inbreng. De aandelen zijn evenwel op naam en in de statuten moet vermeld worden of en hoe de aandelen overdraagbaar zijn.
Wanneer men kiest voor een cvoa dan zijn de vennoten persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Wanneer men kiest voor een cvba, dan staan de vennoten slechts in voor de schulden van de vennootschap ten belope van hun inbreng. Om een cvba te kunnen oprichten, moet men aan een reeks voorwaarden voldoen die niet voor een cvoa gelden. Zo moet de cvba worden opgericht bij notariële akte en is een minimumkapitaal vereist van 18 550 euro (dat minstens voor 6 200 euro en voor minstens een vierde per aandeel volstort moet zijn bij oprichting). Verder moet de cvba bij oprichting een financieel plan hebben en moet het zijn financiën laten controleren door een bedrijfsrevisor.
Volgens cijfers van de Kruispuntbank Ondernemen (april 2008) zijn er in België bijna 40 000 coöperatieve vennootschappen. De wetgeving met betrekking tot de coöperatieve vennootschap vind je onder meer op http://www.juridat.be.
Indien u via e-mail op de hoogte wenst gehouden te worden van onze activiteiten, dan kan u zich hier registeren.